Terugkoppeling
Verwoorden
Uit de signalering blijkt dat het welzijnsbeleid op school nog in de beginfase zit. Er is geen uitgewerkte zorgvisie of protocollen en welzijnsacties zijn tijdelijk en afhankelijk van de leerkracht. Toch is er een warme sfeer en groeit het draagvlak om zorg structureler aan te pakken. De sociaal-emotionele ontwikkeling van zowel leerlingen als collega's krijgt te weinig aandacht. Er is bijvoorbeeld maar één klassenraad per jaar over leerlingwelzijn, en het welzijn van personeelsleden komt amper aan bod. Samenwerking aan een gedragen beleid ontbreekt.
Het is onduidelijk hoe de kernwaarden uit de schoolvisie vorm krijgen in de praktijk. Er is onduidelijkheid over het verschil tussen basiszorg en verhoogde zorg. De beslisboom wil hieraan tegemoetkomen door het zorgcontinuüm te verduidelijken, te helpen inschatten of voldoende stappen zijn gezet binnen basiszorg en ondersteunt leerkrachten met richtvragen en info.
De mindset van collega's bleek anders dan verwacht. Slechts een kleine groep denkt vanuit een vaste mindset. Het doorschuiven van zorg blijkt dus niet daaraan gekoppeld. Wel is er onzekerheid bij sommige collega's over hoe ze welzijnsgesprekken moeten aanpakken, waaruit een nood aan ondersteuning blijkt.
Het zorgteam werkt verbindend samen, met sterktes als rechtvaardigheid, vriendelijkheid en leergierigheid. Er zijn ook groeipunten: creativiteit, leiderschap en zelfregulatie scoren lager. De werkdruk is te hoog, maar toch haalt elk zorglid voldoening uit het werk. Er is geloof in de competenties van de leerkrachten om basiszorg op te nemen, maar ze benutten die nog niet volledig. De directie erkent deze noden en wil ondersteuning bieden.
Verwonderen
Tijdens het succesinterview deelden leerkrachten enthousiast voorbeelden van zorg in hun klas. Waarden als betrokkenheid, vertrouwen, kwetsbaarheid en luisterbereidheid staan voorop en worden later in het onderzoek vertaald naar positieve gedragsverwachtingen van leerlingen. Deze sessie bevestigde dat veel collega's al bezig zijn met basiszorg, al zijn ze daar niet altijd bewust van.
Leerlingen waarderen lessen waar ruimte is voor humor, beweging, creativiteit en complimenten. Ze vinden vooral steun bij vrienden en leerkrachten en kennen CLB en VOKAN. Toch blijkt dat ze minder goed op de hoogte zijn van de Helpende Harten of hulplijnen op Smartschool. Hier ligt een actiepunt: we moeten beter communiceren waar leerlingen terechtkunnen bijvoorbeeld d.m.v. een presentatie bij de start van het schooljaar of affiches in schoolgebouwen.
Verbeelden
Leerlingen dromen van een school waar ruimte is voor gesprek, creativiteit, rust en verbondenheid. Ze geven concrete voorstellen om dit te realiseren en deze weerspiegelen waarden als openheid, vrijheid, gelijkwaardigheid, betrokkenheid en vertrouwen. Deze waarden sluiten grotendeels aan bij de waarden die het team belangrijk vindt. Tijdens een zorgoverleg werd hun input besproken. We bekijken de haalbaarheid van een titularisuur voor het voeren van klasgesprekken. Ook de inrichting van een rustlokaal krijgt opnieuw aandacht. Daarnaast worden de gouden en zilveren weken op de jaarkalender geplaatst om groepsbinding te versterken. Tegelijk is er nog werk aan duidelijke gedragsverwachtingen, zodat leerlingen weten wat er van hen verwacht wordt.
Ook ouders gaven hun visie op het welzijnsbeleid. Ze zijn algemeen tevreden met de zorgondersteuning zoals o.a. werken in de zorgklas bij examens en differentiatie. Toch kaarten ze ook verbeterpunten aan. Ze willen meer duidelijkheid rond zorg. Daarnaast vragen ze om sneller betrokken te worden wanneer er nog geen problemen zijn, zodat ze kunnen praten over sterktes van hun kind.
Vormgeven
Deze signalen tonen aan dat er nood is aan een structureel zorgbeleid bij ouders, leerlingen, zorgteam en leerkrachten. Leerkrachten voelen zich niet altijd ondersteund of bekwaam om zorgvragen op te nemen binnen de basiszorg. Tegelijk vraagt iedereen meer aandacht voor welbevinden.
Om hieraan tegemoet te komen, werkte ik een plan uit dat vertrekt vanuit Appreciative Inquiry. Dit waarderende denkkader helpt om met collega's, leerlingen, ouders en directie op zoek te gaan naar wat werkt. Ik koppel waarden aan praktijkvoorbeelden en gebruik participatieve werkvormen zoals vragenlijsten, spelvormen, tekenopdrachten en inspiratiesessies. Zo bouwen we samen aan een gedragen zorgbeleid.
Bij het veranderingsproces toon ik waarom verandering nodig is, stel een haalbare visie voor en geef ruimte voor inspraak. Tijdens personeelsvergaderingen zorg ik voor duidelijke taal, zet ik interactie centraal en probeer ik successen zichtbaar te maken. Feedback van collega's op mijn kwaliteiten als procesbegeleider tijdens een personeelsvergadering bevestigt dat deze aanpak gewaardeerd wordt.
Verwezenlijken
Tijdens een personeelsvergadering beoordeelden vakgroepen maatregelen binnen de verhoogde zorg vanuit hun expertise. Deze aanpak gaf collega's inspraak, wat de gedragenheid verhoogde. De feedback van de vakgroepen leidde tot een lijst met aangepaste maatregelen. Deze wordt later finaal besproken op een zorgoverleg met directie.
De resultaten van het onderzoek zijn een gedragen zorgvisie en -beleid met duidelijke maatregelen binnen de basiszorg en verhoogde zorg. Deze maatregelen zijn gebaseerd op de input van leerlingen, ouders, leerkrachten en zorgteam, en worden opgenomen in het schoolreglement, leerlingvolgsysteem en gecommuniceerd via Smartschool. Om na te gaan of de effecten succesvol zijn en bijdragen aan welbevinden, zal ik na een schooljaar een evaluatie bij collega's afnemen volgens het PERMA-model en het model van Knoster (1991).
Zelfevaluatie a.d.h.v. PERMA-model
In mijn onderzoek ging ik op zoek naar een antwoord op de vraag hoe een gedragen zorgvisie en -beleid kan bijdragen aan het welbevinden van leerkrachten en bijgevolg de leerlingen. Om te evalueren of ik mijn doel bereikt heb, gebruik ik het PERMA-model (Seligman, 2012). Dit model gaat weg van problemen, naar wat het leven de moeite waard maakt, wat aansluit bij de positieve psychologie. Onderzoek laat zien dat PERMA-onderdelen samenhangen met fysieke gezondheid, vitaliteit, werkplezier, levensvoldoening en betrokkenheid op de werkvloer (Kern et al., 2014). Hieronder zal ik mezelf en mijn onderzoek evalueren a.d.h.v. dit model, omdat ik hiermee kan meten hoe mijn onderzoek heeft bijgedragen aan het welzijn in mijn praktijk.
Positive emotion
Positieve emoties gaan verder dan geluk. Ze omvatten gevoelens zoals hoop, vreugde, liefde, medeleven, humor en dankbaarheid. Ze zijn een teken dat iemand zich goed voelt en kunnen gestimuleerd worden (Madeson, 2017).
In dit onderzoek focuste ik op wat goed loopt binnen mijn praktijk. Activiteiten zoals het delen van succesverhalen tussen collega's en het Welbevindinges-spel hielpen om positieve aspecten zichtbaar te maken.
Een van mijn sterktes volgens de VIA-enquête is humor. Die zette ik bewust in tijdens personeelsvergaderingen om de sfeer luchtig te houden. Door positief en oplossingsgericht taalgebruik te hanteren, bleef de focus op mogelijkheden. Desondanks de stress die ik ervaarde, werd mijn aanpak tijdens de personeelsvergaderingen positief geëvalueerd door het zorgteam na hun observatie a.d.h.v. een vragenlijst.
Engagement
Engagement betekent volledig opgaan in een activiteit, alsof je één wordt met wat je doet (Madeson, 2017).
De betrokkenheid van het zorgteam heb ik versterkt door in te zetten op hun sterktes, die ik in kaart bracht via de VIA-enquête. Ik ben ervan overtuigd dat collega's meer betrokkenheid ervaren wanneer ze taken kunnen opnemen die hen energie geven.
Tijdens het onderzoek heb ik actief ingezet op inspraak en interactie met leerlingen, ouders en collega's. Door gebruik te maken van verschillende werkvormen zoals spel, één-op-ééngesprekken en focusgroepdiscussie, kon ik hun engagement vergroten.
De leerkrachten in mijn team hebben we ondersteund door hen de afgewerkte beslisboom aan te reiken. Deze biedt concrete handvatten, zoals richtvragen voor moeilijke gesprekken en een inspiratielijst die collega's stimuleert om hun sterktes te benutten. Dit draagt bij aan een positieve mindset. Door hen in hun kracht te zetten, voelen ze zich competenter om basiszorg op te nemen.
Wat minder goed liep tijdens het onderzoek was het engagement van de ouders bij de schriftelijke bevraging. Om de drempel te verlagen, schakelde ik over naar één-op-ééngesprekken waarin ik ouders benaderde als ervaringsdeskundigen van hun kind en hun input waardeerde (Flynn, 2007). Hun inzichten nam ik mee in het verdere beleid.
Relations
Relaties gaan over alle vormen van contact met anderen. Het draait om je ondersteund, geliefd en gewaardeerd voelen in verbinding met anderen (Madeson, 2017).
Tijdens de survey en focusgroepdiscussie bij collega's bleek verdeeldheid in visie, wat de samenwerking soms bemoeilijkte. Dit had gedeeltelijk te maken met de visie op zorg per graad of per vakgebied en dat niet alle collega's het onderscheid tussen basiszorg en verhoogde zorg kende. Ik stimuleerde daarom collega's om actief naar elkaar te luisteren en tot consensus te komen over zorgmaatregelen. Leerkrachten konden deze maatregelen nuanceren, nadien werden ze besproken met directie en zorgteam en transparant teruggekoppeld op een personeelsvergadering om weerstand te verkleinen.
Daarnaast heb ik in mijn onderzoek ingezet op het versterken van onderlinge relaties, o.a. door successen van collega's te vieren tijdens het succesinterview, versterkte ik hun veerkracht, zelfvertrouwen, optimisme (Steeneveld, 2015). Via Mentimeter kreeg iedereen inspraak. De successen werden gebundeld in een inspiratielijst.
Ook in het contact met ouders merkte ik dat de relatie versterkt werd door hen actief te betrekken. In de toekomst wil ik binnen het zorgbeleid nog meer inzetten op informele contactmomenten met ouders, omdat ze hier vragende partij voor zijn.
Een van mijn sterktes volgens de VIA-enquête is liefde, wat me helpt bij het inzetten op relaties van anderen. Zo kregen leerlingen inspraak waardoor ik inzicht kreeg in wat zij belangrijk vinden. Ik ontdekte dat veel van hun waarden overeenkomen met die van leerkrachten. Door dit tijdens een personeelsvergadering te benoemen, kon ik bijdragen aan een sterkere band tussen leerlingen en leerkrachten.
Meaning
Zingeving betekent dat je het gevoel hebt deel uit te maken van iets dat groter is dan jezelf. Een gevoel van betekenis helpt om je te richten op wat écht telt (Madeson, 2017).
Ik maakte het zorgteam en collega's bewust van hun sterktes via de VIA-enquête, de mindsetbevraging en het succesinterview. Door succeservaringen van collega's te koppelen aan persoonlijke waarden, krijgen ze inzicht in wat voor hen zinvol is binnen hun zorgpraktijk. Het zoeken naar gedeelde betekenis vroeg veel afstemming met alle partijen omdat er geen duidelijk zorgbeleid of protocollen waren.
Accomplishment
Prestaties zorgen voor trots en voldoening. Door doelen na te streven en te bereiken, bouwen mensen zelfvertrouwen op en ervaren ze dat inspanningen iets opleveren (Madeson, 2017).
Volgens de VIA-enquête is doorzettingsvermogen een van mijn sterktes. Dankzij deze kwaliteit kon ik met dit onderzoek toewerken naar mijn persoonlijke doelen: beter mijn eigen grenzen bewaken als zorgleerkracht én leerkrachten versterken in basiszorg.
Om een doel te kunnen bereiken, was het belangrijk om eerst een haalbaar en gedeeld toekomstbeeld te creëren. Dat deed ik o.a. met de leerlingenraad via een creatieve opdracht rond de wondervraag. Verder bleek uit de signalering dat het team nood had aan een duidelijke zorgvisie en taakverdeling, met aandacht voor het welbevinden van leerkrachten en leerlingen. Dit toekomstbeeld heb ik helder gecommuniceerd tijdens personeelsvergaderingen, wat bevestigd werd in de feedback op mijn rol als procesbegeleider.
Na de experimenteerfase met het nieuwe zorgbeleid wil ik opnieuw evalueren, met de nadruk op wat goed liep zodat we successen opnieuw kunnen vieren.
