Stap 4: Vormgeven
Van waarden naar gedragsverwachtingen
'Welk leerlingengedrag past bij onze waarden betrokkenheid, luisterbereidheid, kwetsbaarheid en vertrouwen?'
Binnen de positieve psychologie legt een zorgvisie best de nadruk op een gedragsprotocol met positief geformuleerde gedragsverwachtingen (Van Overveld, 2014). Daarom zal ik bevraging doen bij leerkrachten over de positieve gedragsverwachtingen van leerlingen gebaseerd op de waarden uit stap 2 tijdens een personeelsvergadering als aanvulling op de zorgvisie. Deze gedragsverwachtingen worden uitgewerkt in een affiche en in de schoolgebouwen opgehangen.
Verhoogde zorg
Samen met het zorgteam organiseer ik tijdens de personeelsvergadering van 28 april 2025 een focusgroepdiscussie over maatregelen binnen de verhoogde zorg. Wij haalden uit onze originele handelingsplannen, praktijkvoorbeelden van andere scholen en de input van leerlingen en ouders uit de signalering maatregelen die kunnen worden genomen binnen de verhoogde zorg.
Met deze werkvorm tracht ik het welzijn van leerkrachten te integreren in het beleid door van onze school een vitale school te maken (Vollenhoven, 2011). Zo'n positieve werkomgeving draagt bij aan motivatie van leerkrachten, wat uiteindelijk het leren en welzijn van leerlingen ten goede komt (Jennings & Greenberg, 2009):
- Leerkrachten voelen met deze werkvorm verbinding omdat ze betrokken worden bij het beleid.
- Leerkrachten krijgen autonomie door zelf te oordelen over maatregelen.
- Leerkrachten worden geïnspireerd omdat ze samen aan ambities binnen zorg kunnen bijdragen.
- Leerkrachten kunnen na de experimenteerperiode benoemen welke successen ze hebben behaald.
Dit wordt bevestigd door Mars (2023) die zegt dat bij het begeleiden van veranderprocessen mogelijkheden tot interactie, waarbij successen gevierd worden een belangrijke rol spelen in het welbevinden van collega's.
Praktijkvoorbeelden van andere scholen
Voorbeeld 1
Wat ik uit dit praktijkvoorbeeld meeneem naar mijn ontwerp is:
- Er is een duidelijke taakverdeling van klasleerkracht, zorgleerkracht en externe zorgpartner. Het is helder wat van welke partner verwacht wordt. Er staat duidelijk vermeld dat de klasleerkracht de spilfiguur is van zorg in de klas binnen fase 0 en 1. Dat is in mijn praktijk nog niet altijd duidelijk.
- De onderverdeling van maatregelen op klas- en schoolniveau staan helder opgesomd.
- Er is een duidelijke verdeling van maatregelen volgens de niveaus van het zorgcontinuüm.
Krititsche bemerkingen bij het praktijkvoorbeeld:
- De maatregelen uit dit praktijkvoorbeeld worden gekoppeld aan diagnoses. Dit wil ik graag anders aanpakken in het zorgbeleid van onze school, aangezien ik leerlingen niet wil stigmatiseren. Hulp moet naar mijn mening ook zonder diagnose toegankelijk zijn.
Voorbeeld 2


Figuur 9. Printscreen Smartschool praktijkvoorbeeld andere school
Deze school werkt ook met Smartschool (zie Figuur 9), waardoor het me haalbaar lijkt om op onze school op dezelfde manier te werken. Dit is een overzichtelijke manier om alle maatregelen weer te geven, alle collega's kunnen meteen aanvinken welke maatregelen de leerling kan gebruiken binnen de verhoogde zorg. Er moet ook ruimte zijn voor aanvulling en evaluatie van maatregelen. Zo kunnen de maatregelen worden bijgestuurd tijdens klassenraden.
Focusgroepdiscussie
Met de focusgroepdiscussie probeer ik samen met het zorgteam aan de speerpunten uit de behoefteanalyse te voldoen:
STRUCTUREEL ZORGBELEID
ZORG TERUG AAN DE LEERKRACHT GEVEN
WELZIJN ALS SLEUTEL
Het zorgteam bracht me op het idee om de collega's tijdens de personeelsvergadering in homogene themagroepen te delen op basis van hun vakgroep omdat zo hun expertise wordt benut. Vb. Een taalleerkracht zal mogen oordelen over maatregelen voor het ondersteunen van taal, een leerkracht lichamelijke opvoeding krijgt iets te zeggen over motoriek... Dit verhoogt de betrouwbaarheid en de kans dat de maatregelen haalbaar zijn in de praktijk. Een nadeel is dat er minder afstemming kan zijn tussen vakdomeinen, maar collega's krijgen later de kans om na de experimenteerperiode hun mening te geven over maatregelen buiten hun expertveld. Volgens Ponte (2012) zijn groepen van 4-6 deelnemers, zoals in mijn opzet, ideaal voor focusgroepdiscussies. Ook geeft deze auteur aan dat focusgroepdiscussies geschikt zijn voor het verkennen van meerdere perspectieven en sterke en zwakke punten vast te stellen.
Elke groep krijgt een achttal maatregelen om te beoordelen in het onderstaande beoordelingsdocument. Ik heb gekozen voor enkelvoudige, gesloten antwoordmogelijkheden (akkoord, niet akkoord) met ruimte voor meningen (akkoord na aanpassing), wat de mogelijkheid tot nuance geeft zodat ze met deze acties aan de slag willen gaan (Van Swet et al., 2021). Dit versterkt de inspraak en zal de gedragenheid verhogen binnen democratisch onderwijs (Biesta, 1992). Daarnaast mogen de groepen ook ideeën toevoegen. Deze vraag is open en dus iets minder makkelijk te analyseren, maar verhoogt wel de validiteit. De drie beoordelingsmogelijkheden zorgen voor overzicht en snelle bruikbaarheid, maar hebben ook nadelen. Er is namelijk weinig ruimte voor twijfel. In de toekomst zou ik deze vragen stellen met meerdere beoordelingsmogelijkheden zoals de optie 'geen mening', om te zorgen voor meer nuance.
De zichtbaar aanwezige vragen en afgebakend tijdskader (30 minuten) zorgen voor focus. Tegelijkertijd betekent dit dat elke maatregel gemiddeld vier minuten besproken wordt, wat kan zorgen voor oppervlakkige of gehaaste beslissingen (Ponte, 2012). Sommige thema's zijn onderverdeeld per graad, aangezien collega's in voorgaande personeelsvergaderingen aangaven dat maatregelen samenhangen met de leeftijd en ontwikkelingsfase van leerlingen. Zo kan vb. een leerling in de eerste graad nog huiswerk maken in de huiswerkklas, maar een leerling de derde graad niet meer.
Ik zal als introductie de procedure van de focusgroepdiscussie toelichten (Stringer, 2004). Eerst stel ik de basisregels vast waarin ik aangeef dat elke participant zijn mening mag geven zonder dat anderen oordelen. Dit om te vermijden dat er sociaal wenselijke antwoorden worden gegeven of dat dominante stemmen de overhand nemen. In elke groep is een facilitator aanwezig (lid van het zorgteam) die de discussie in goede banen leidt en een notulist wordt aangeduid om het besprokene samen te vatten. Tijdens deze werkvorm zal ik als hoofdfacilitator rondgaan, de stellingen toegelichten in de groepjes en neutrale vragen stellen ter verduidelijking en om meer diepgang te bekomen.
Zo was er een groepje zeer snel klaar. Hier ging ik langs om de stellingen te overlopen en door te vragen vb. 'Kan je argumenten geven waarom een maatregel geldt in de eerste graad en niet meer in de derde graad?' en 'Als je weet dat de verhoogde zorg geldt voor enkele leerlingen en tijdelijk zijn, zou je dan je antwoorden nog aanpassen?'. Ik merkte dat deze groep door deze vragen terug in discussie gingen en hun antwoorden later nog aanpasten.
In het document staat uitgelegd wat verhoogde zorg inhoudt binnen onze school, zodat collega's mee zijn met het vakjargon.
De maatregelen zijn onderverdeeld in een aantal categorieën:
- Houding en gedrag
- Motoriek
- Gezondheid en welbevinden
- Taal
- Rekenen
- Cognitief sterke leerlingen
- Studie en studiemethode
Het praktijkvoorbeeld hierboven gaf me de inspiratie voor dergelijke onderverdeling. Ik vind dit een goede manier van verdelen, omdat leerlingen op deze manier niet worden gestigmatiseerd volgens diagnose (Pameijer, 2017). Voor mij zit je welbevinden op school goed als je optimaal emotioneel, psychologisch, sociaal, cognitief en fysiek kan functioneren en deze onderverdeling voldoet aan deze voorwaarden.
Het doel
De klasleerkracht krijgt meer overzicht over de verhoogde zorg in het leerlingvolgsysteem op Smartschool. Dit verlaagt de verantwoordelijkheid van het zorgteam. Ook ouders zien in hun co-account welke maatregelen van toepassing zijn voor hun zoon/dochter. De klassenraad en klassenleraren evalueren doorheen het schooljaar of de maatregelen nog van toepassing zijn, aangezien de verhoogde zorg van tijdelijke aard is.
Data-analyse, conclusie en vervolg
Ik integreerde de feedback van de verschillende expertgroepjes (zie Figuur 10) samen met het zorgteam in bovenstaand document waarbij we tot gezamenlijke conclusies kwamen. Om te controleren of de definitieve maatregelen ook voldoen aan wat de recente wetenschappelijke literatuur aangeeft, onderzocht ik op aanraden van mijn studentcoach een aantal bronnen en paste ik de definitieve stellingen aan. De bronvermelding vindt u ook in de lijst met aangepaste maatregelen hierboven.
Na een gesprek met directie en de ICT-verantwoordelijke, blijkt het mogelijk dergelijke afvinklijst te implementeren in het leerlingvolgsysteem van Smartschool op de profielpagina van elke leerling.

Figuur 10. Zelfgemaakte foto feedback collega's op maatregelen verhoogde zorg
