Probleemanalyse
Mijn leervraag
Tegenwoordig krijgen leerkrachten vaker te maken met leer- en gedragsproblemen. Ook door de grootte van de klassen heb ik het gevoel overbelast te worden. Ik ervaar dat ik verantwoordelijkheden moet dragen waarvoor ik niet voldoende ben opgeleid.
Voor mezelf als (zorg)leerkracht hoop ik strategieën te ontwikkelen die leerlingen helpen hun potentieel te benutten. Door mij hierin te verdiepen, krijg ik inzicht in hoe ik hun ontwikkeling kan begeleiden.
Mijn aannames over executieve functies
- Volgens mij behalen leerlingen met sterk ontwikkelde EF meer schools succes, omdat ze beter kunnen plannen, organiseren en focussen.
- Ze hebben meer carrièrekansen, omdat ze hun werk beter kunnen structureren, problemen oplossen en deadlines halen.
- Daarnaast kunnen ze volgens mij gemakkelijker relaties onderhouden, omdat ze hun emoties kunnen regelen.
- Ik denk dat zelfregulatie bijdraagt aan zelfwaardering, omdat leerlingen meer vertrouwen hebben om doelen te kunnen bereiken.
- Ook zullen ze minder stress ervaren, omdat ze voorbereid zijn op uitdagingen en druk.
- Verder vermoed ik dat ze veerkrachtiger zijn, doordat ze met tegenslagen kunnen omgaan en zich sneller kunnen aanpassen.
- Tot slot denk ik dat jongens langer last hebben van minder ontwikkelde EF dan meisjes, of valt het bij hen harder op.
Mijn praktijkvraag
Het nut van mijn onderzoek
Sinds ik gestart ben als leerlingbegeleider op onze school in 2022, merkte ik een grote aanmelding van leerlingen met vragen m.b.t. EF. Vb. Helpen bij het plannen en organiseren van schoolwerk, begeleiden bij studiemethode, ondersteuning van sociale vaardigheden...
Ik zie en hoor in mijn praktijk...
- ... dat leerlingen die moeite hebben met impulscontrole en emotionele vaardigheden soms in conflict gaan.
- ... dat sommige leerlingen door frustratie een lager zelfbeeld ontwikkelen.
- ... dat als leerlingen niet goed kunnen plannen, sommigen stress ervaren.
Ik lees bij enkele auteurs:
- Leerlingen die moeilijk EF kunnen reguleren, presteren slechter en ondervinden hiervan sociale problemen (Van Meersbergen & De Vroedt, 2018).
- Minder ontwikkelde EF monden soms uit in ontremd gedrag (Bloomquist & Schnell, 2002; Matthys & Lochman, 2010).
- Onderzoek toont aan dat sterk ontwikkelde EF voor het individu en voor de maatschappij voordelen heeft. Jongeren met sterke EF behalen betere schoolresultaten, hebben minder kans op voortijdige schoolverlating, tonen hogere intrinsieke motivatie en hebben minder psychische en gedragsproblemen. Op lange termijn hebben deze mensen een hoger inkomen, een succesvolle carrière en actieve maatschappelijke deelname (Van Zundert, 2023).
- Het verbeteren van EF kan ongezonde keuzes verminderen, de verstandelijke achteruitgang bij ouder worden tegengaan en een betere kwaliteit van leven verzorgen (Diamond & Ling, 2020).
Mijn school: sociale of medische model?
Schuman (2010) bespreekt twee benaderingen van beperkingen in het onderwijs: het medische en sociale model. Het medische model ziet beperkingen als een probleem van het kind, waarbij de focus ligt op diagnose en behandeling en leerlingen vaker worden geplaatst in speciale scholen. De gewoonte om kinderen te diagnosticeren komt volgens Wienen (2022) voort uit een veranderde maatschappelijke norm: gedrag dat vroeger als druk, dromerig of verlegen werd gezien, wordt nu abnormaal gevonden. Het sociale model kijkt naar deze tekortkomingen als het gevolg van omgevingsfactoren, waarbij men het onderwijs inclusief wil maken.
Net zoals Schuman, pleit ik voor een inclusieve benadering en streef ik naar onderwijs waarin de relatie tussen leraar en leerling centraal staat. In mijn klassen zorg ik voor differentiatie door te remediëren en verdiepen. Daarnaast gebruik ik ondersteunende hulpmiddelen, zoals de voorleesfunctie van de iPad en audioboeken voor leerlingen met specifieke behoeften, met of zonder diagnose. Binnen de permanente evaluatie geef ik leerlingen de mogelijkheid om hun kennis op verschillende manieren te tonen: presentaties, creatieve opdrachten, vaardigheidsopdrachten... Dit zorgt dat leerlingen hun sterke punten kunnen tonen.
Mijn aanname
In de praktijk zie ik dat sommige leraren problemen met EF plaatsen binnen het medische model, waarbij zij deze doorverwijzen. Het lijkt alsof ze deze problemen diagnosticeren, waardoor er volgens mij een gebrek is aan gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Het sociale model (Hiskes, 2023) benadrukt dat de omgeving hindernissen kan creëren voor leerlingen. Leraren moeten bewust zijn van hun rol in de basiszorg en actief werken aan inclusie in de klas. Door de leeromgeving aan te pakken, kunnen zij de druk op het zorgteam verlichten (Mathyssen & Gevaert, 2022).
Klopt deze zienswijze?
Ik vraag mijn focusgroep (collega's eerste graad, directie en zorgteam en VOKAN) over hun visie op EF en begeleiding op onze school. Kijken ze vanuit de medische of sociale bril? Hiervoor gebruik ik schaalvragen in een online vragenlijst waarvan de vragen zijn afgeleid uit Tabel 1.
Tabel 1
Vergelijking van het medische en het sociale model

Opmerking. Overgenomen uit Inclusief onderwijs - Dilemma's en uitdagingen door Schuman, 2010, Antwerpen/Apeldoorn: Garant. Copyright 2010, Garant Uitgevers.
Verantwoording schaalvragen
Schalen zijn een eenvoudige methode om te kijken hoe dicht een doel is genaderd (Beumer-Peeters, 2018). Bij het opstellen van de vragenlijst formuleer ik neutrale vragen, zodat ze geen sterke meningen uitlokken. Bovendien zullen de vragen anoniem worden beantwoord, zodat de deelnemers eerlijk kunnen antwoorden. Hoe hoger respondenten scoren, hoe meer zij denken vanuit het sociale model.
Data-analyse en conclusie
De resultaten van de online vragenlijst vind je hier. Ze worden ook voorgesteld in Tabel 2.
Tabel 2
Bijlage: resultaten van de online vragenlijst voor leerkrachten m.b.t. medische of sociale model

Opmerking. Zelfgemaakte tabel.
Wat betreft de ondersteuning van EF valt op dat in bijna de helft van de gevallen de externe zorgondersteuner een centrale rol speelt, terwijl de voorkeur zou moeten liggen bij de klasleerkracht. Interessant is ook dat respondenten aangeven dat leerlingen met een diagnose meer toegang hebben tot ondersteuning. Dit roept de vraag op of onze aanpak inclusief genoeg is en of we hindernissen creëren voor leerlingen zonder diagnose. Respondenten geven verder aan dat er evenveel aandacht gaat naar uitdagingen als sterke punten van leerlingen.
Hoewel de resultaten laten zien dat we goede stappen zetten, blijft er werk aan de winkel. Op sommige vlakken is er in mijn praktijk nog te veel sprake van een medische benadering. Er hebben verder slechts 10 respondenten geantwoord, waardoor ik niet met zekerheid conclusies kan trekken.
