Assesmentverslag Doorwerking

Hieronder lees je hoe ik mezelf sturing heb gegeven tot master EN binnen Doorwerking. In dit praktijkonderzoek ging ik op zoek naar hoe ik een gedragen zorgvisie en -beleid kon ontwikkelen waarbij iedereen zich competent en betrokken voelt. Daarnaast wilde ik ontdekken hoe en of een zorgvisie en -beleid kan bijdragen aan het welbevinden van leerkrachten als leerlingen op het Heilig Hart Instituut.

Mijn onderzoek startte met de aanname dat enkele leerkrachten taken binnen de brede basiszorg doorschuiven naar de verhoogde zorg. Deze behoren niet tot het takenpakket van een zorgleerkracht, zeker niet op een school dat weinig zorguren heeft en geen vaste zorgcoördinator. Daarnaast dacht ik dat niet alle collega's weten wat behoort tot basiszorg en verhoogde zorg. 

Tijdens de signalering heb ik deze aannames getoetst en ontdekt dat er onduidelijkheid is over zorg op onze school. De werkdruk van het zorgteam wordt als hoog ervaren, ook al is er er een warme schoolsfeer en een groeiend draagvlak. Het welzijnsbeleid staat in de kinderschoenen en zijn geen protocollen. Het is niet duidelijk welke waarden uit onze schoolvisie gedragen worden. Uit mijn behoefteanalyse leerde ik dat collega's, zorgteam, ouders en leerlingen vragende partij zijn voor drie speerpunten:

  • Zorgbeleid en -visie
  • Welzijn van leerkracht én leerling
  • Zorg terug aan de leerkracht geven

Om te zorgen voor gedragenheid, ging ik met mijn plan uit van waarderend onderzoek (Appreciative Inquiry). Ik leerde dat mijn team al goed op weg is met basiszorg, maar dit niet altijd zelf beseffen. Een positieve benadering en betrokkenheid binnen het onderwijs ondersteunt leerkrachten om zelfstandig invulling te geven aan zorg (Cooperrider & Srivastva, 1987).

Volgens mij ligt de meerwaarde van dit onderzoek voor de maatschappij in het idee dat als leerkrachten zich ondersteund, betrokken en gewaardeerd voelen, ze betere leerkrachten zijn voor hun leerlingen, wat bijgevolg invloed heeft op leerprestaties, wat ook Briner & Dewberry (2007) bevestigen. Voor mij is elke leerkracht een zorgleerkracht. Ik ben er zeker van dat als leerkrachten hun leerlingen preventief kunnen begeleiden, de hulpvragen op hogere zorgniveaus zullen afnemen, wat ook Van Overvelt (2017) bevestigt. Ik sluit me daarnaast aan bij Struyf (2013) die benadrukt dat een duidelijke zorgaanpak ervoor zorgt dat leerkrachten zich bekwamer en zelfzekerder voelen waardoor ze meer taken binnen de basiszorg zullen opnemen. 

Reflectie algemene eisen

Voor mijn onderzoek maakte ik gebruik van een grote variatie aan bronnen die goed aansluiten bij de positieve psychologie en het holistisch model. De gekozen literatuur vulde elkaar aan en bood mij inzichten in thema's zoals Appreciative Inquiry, ouderbetrokkenheid, veranderprocessen, samenwerking en collective teacher efficacy.

Tijdens dit onderzoek deed ik kwantitatief praktijkervaring op en gebruikte daarbij verschillende participatieve methoden: vragenlijsten, spelvorm, succesinterview, tekenopdracht, één-op-ééngesprekken, focusgroepdiscussie... 

Mijn onderzoek is authentiek: ik verwoordde mijn inzichten steeds vanuit mijn eigen standpunt. Bij het verwerken van input van anderen volgde ik de APA7-richtlijnen. Vooral het verwijzen naar figuren was een leerpunt voor mij.

Ik koos vooral actuele, nationale en internationale bronnen. Het vraagstuk dat ik benaderde met dit onderzoek is vandaag relevant in mijn praktijk als zorgbegeleider, gezien de duidelijke vraag van alle partijen naar een waarderend zorgbeleid. In een tijd waarin het onderwijs steeds in beweging is en de druk op leerkrachten hoog is, is het volgens mij nodig om te kiezen voor een verbindende aanpak.

Om mijn werk toegankelijk en interactief te maken, presenteer ik mijn onderzoek via een webpagina met hyperlinks. Hoewel een website beperkingen kent op vlak van lay-out en structuur, kreeg ik toestemming van de Commissie Onderwijs om mijn onderzoek op deze manier vorm te geven.

Reflectie op generieke kennisbasis

Mijn visie en kwaliteitsontwikkeling


Inclusie

We zetten met het nieuwe zorgbeleid in op uniciteit van alle leerlingen door de ecologie aan te passen zodat alle leerlingen kunnen participeren. Door leerkrachten te ondersteunen en waarderen kan ik hun veerkracht en zelfvertrouwen binnen de basiszorg vergroten en krijgen leerlingen betere leerkrachten, wat volgens mij de leerprestaties verbetert. Bijgevolg heeft dit weer effect op het welbevinden van de leerkracht.  

Met mijn onderzoek hebben we maatwerk gerealiseerd voor de lerende door een zorgbeleid met duidelijke maatregelen. De maatregelen binnen de verhoogde zorg houden rekening met de belemmerende factoren voor de fysieke, cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van de leerling, zonder te stigmatiseren (vb. ondersteuning bij taal, motoriek...). Hulp moet naar mijn mening ook zonder diagnose beschikbaar zijn.

D.m.v. een mindsetbevraging tijdens de signalering heb ik ontdekt dat de meeste collega's hoge verwachtingen hebben van leerlingen en hun ontwikkelingskansen. Enkele collega's met een eerder vaste mindset maakte ik bewust van de voordelen van een groeimindset. Daarnaast moedigde ik hen aan om sterktes in actie om te zetten en gaf ik voorbeelden van collega's die gegroeid waren in iets waar ze eerder moeite mee hadden. 

(Inter)professioneel samenwerken

Met mijn onderzoek wilde ik benadrukken dat zorg niet de taak is van één persoon, maar een gedeelde verantwoordelijkheid is van de ecologie rond de leerling. Daarom gaf ik directie, zorgteam, leerkrachten, ouders en leerlingen inspraak d.m.v. vele participatieve werkvormen, wat bijdraagt aan een gedeelde visie op gedrag en welbevinden. Door aanpassingen in de ecologie van de leerling, kunnen we onze praktijk afstemmen op hun onderwijsbehoeften. Mijn onderzoek wil bevorderende factoren benoemen en borgen. Ik heb geleerd dat een waarderende aanpak, inspraak, interactie en een duidelijke toekomstvisie zorgen voor gedragenheid bij alle partijen en de collective teacher efficacy verhogen.

Ik maakte gebruik van expertise van mijn collega's door hen te bevragen over zorg binnen hun vakgebied. Daarnaast haalde ik inspiratie uit perspectieven van andere scholen. Ook partners zoals VOKAN (ondersteuningsnetwerk) en CLB (centrum leerlingbegeleiding) kregen een stem in het proces rond de beslisboom. Hiermee ging ik over de grenzen van mijn eigen beroep en stelde ik me bescheiden, ontvankelijk, maar ook kritisch op, zodat ik kon leren van hun kennis en ervaring.

Persoonlijke professionaliteit

Tijdens dit onderzoek heb ik mezelf beter leren kennen door mijn authentieke kernkwaliteiten onder de loep te nemen. Volgens de VIA-enquête zijn doorzettingsvermogen, liefde, bescheidenheid en humor mijn change-agentkenmerken. Dankzij doorzettingsvermogen kon ik toewerken naar mijn persoonlijke doelen, door liefde kon ik inzetten op relaties, d.m.v. humor kon ik tijdens personeelsvergaderingen de sfeer luchtig te houden.

Om ethisch correct en deëscalerend te kunnen handelen, is ook mijn eigen welbevinden en stressmanagement van belang. Met mijn onderzoek werk ik aan mijn persoonlijk doel om mijn eigen grenzen als zorgleerkracht te bewaken door leerkrachten in hun kracht te zetten binnen basiszorg en zo de druk op het zorgteam te verlichten.

Het zorgteam gaf mij een positieve feedback op mijn rol als procesbegeleider tijdens personeelsvergaderingen. Vooral mijn duidelijke taal, open houding en oplossingsgerichte communicatie werden gewaardeerd. Hierdoor bleef de focus op mogelijkheden, wat bijdraagt aan pedagogische sensitiviteit en optimisme. Omdat leiderschap geen eigenschap is waar ik van nature sterk in ben, ervoer ik tijdens het begeleiden van de personeelsvergaderingen veel zenuwen. Desondanks de stress die ik voelde om het personeel toe te spreken, werd dit volgens de zorgcollega's niet sterk opgemerkt.

Tijdens het onderzoeken ontdekte ik waarden van de leerkrachten, leerlingen en zorgteam. Ik leerde dat de krachten van leerkrachten in mijn praktijk liggen binnen betrokkenheid, luisterbereidheid, kwetsbaarheid en vertrouwen. Daarbij viel het mij op dat deze waarden grotendeels overeenkomen met die van bevraagde leerlingen. Deze gedeelde waarden worden later vertaald naar concrete positieve gedragsverwachtingen van leerlingen.

De betrokkenheid van het zorgteam heb ik versterkt door in te zetten op hun sterktes, die ik in kaart bracht met de VIA-enquête. Ik ben ervan overtuigd dat collega's zich meer betrokken voelen wanneer hun takenpakket bij hun kwaliteiten passen. Ik leerde dat ons zorgteam sterk is in liefde, vriendelijkheid en rechtvaardigheid, en dat waar iemand lager scoort, een ander dit aanvult. Tegelijk zijn er groeimogelijkheden in leiderschap en zelfregulatie. 

Tijdens mijn onderzoek heb ik geregeld getwijfeld, zeker wanneer er verschillen in visie en meningen waren. Dit deed me reflecteren over mijn keuzes en zorgde ervoor dat ik oplossingen zocht. Weerstand ontstaat volgens mij wanneer mensen zich onzeker, overvraagd of niet gehoord voelden. Ik merkte dat er tijdens de survey en focusgroepdiscussie verdeeldheid was over de zorgmaatregelen. Ik probeerde collega's ruimte te geven voor vragen, maar ik werd hier zelf wel onzeker door. Wat ik soms lastig vond, was dat ik mijn zorgcollega's regelmatig 'opzadelde' met bevragingen of verzoekjes tot feedback, zeker omdat er al een hoge werkdruk benoemd werd. Ik stelde me dus dankbaar en geduldig op en sprak ook mijn eigen weerstand uit, wat volgens Mars (20144) bevorderend is voor samenwerking. Ook de beperkte respons van ouders op de schriftelijke bevraging deed me twijfelen. Ik stapte over van schriftelijke bevragingen naar één-op-ééngesprekken met ouders om de drempel te verlagen (Flynn, 2007). Door deze keuzes leerde ik dat een transparante aanpak zonder te veel opgelegde regels met ruimte voor inspraak en vragen leidt tot meer draagvlak en eigenaarschap. 

Onderzoekend vermogen

Tijdens mijn onderzoek heb ik bronnen uit verschillende landen geanalyseerd. Zo leerde ik van Briner & Dewberry (2007) en Onderwijskennis (2022), bronnen uit de module GSEL2, dat het welzijn van leerkrachten rechtstreeks invloed heeft op de leerprestaties van leerlingen. Van Hattie's (2018) kreeg ik de visie op collective teacher efficacy mee: een gedeeld vertrouwen onder leerkrachten leidt tot betere leerresultaten van leerlingen. Door Flynn (2007) en Breuer et al. (2021) kwam ik tot het inzicht dat ouderbetrokkenheid de samenwerking versterkt en dat directe communicatie zorgt voor meer respons. Lammers et al. (2019) en Mathyssen & Gevaert (2022) vertelden mij hoe je een waardengedreven onderzoek voert volgens de stappen van Appreciative Inquiry. Van Cann et al. (2021), Mars (2023) en Rumping et al. (2018) leerde ik hoe ik een veranderproces in mijn school het beste aanpak. En Knoster (1991) en Seligman (2012) gaven me dan weer ideeën over hoe ik dat veranderproces kan evalueren. Door de bronnen heb ik geleerd dat verandering van binnenuit moet komen. Dit kan worden gerealiseerd als de partijen zich herkennen in de waarden van de school, positieve ervaringen kunnen delen en samen aan een toekomstbeeld kunnen werken.  

Door een behoefteanalyse te maken van de betrokken partijen uit de signalering, kon ik overeenkomsten in kaart brengen. Ik bekeek deze analyse vanuit de triade en legde de nadruk op sterktes in mijn praktijk. Hierdoor ben ik tot verdieping en verbreding gekomen van mijn kennis en kwam ik tot de speerpunten van mijn onderzoek.

Bijgevolg ging ik met mijn plan aan de slag met het 5V-model van Appreciative Inquiry (Tabel 3). Tijdens de startdag volgde ik een workshop Waarderend Onderzoeken, waarbij ik in contact kwam dit model. Dit conceptueel kader biedt een systematische aanpak met 5 duidelijke stappen en past bij mijn onderzoek omdat het aansluit bij het holistisch en positieve paradigma. Ik gebruikte daarbij verschillende participatieve methoden: (online) vragenlijsten (vb. mindsetbevraging (Dweck, 2016), Welbevindinges-spel (Scholierenkoepel, z.d.), het succesinterview uit het handboek Waarderend Leren (Van Buurt et al., 2022), tekenopdracht gebaseerd op de wondervraag uit Mission Possible (Beumer-Peeters, 2018), één-op-ééngesprekken, focusgroepdiscussie... Deze voerde ik uit tijdens personeelsvergaderingen, zorgoverleggen, leerlingenraad of oudercontacten. Op die manier werkte ik aan gedeelde verantwoordelijkheid, eigenaarschap en betrek ik verschillende perspectieven.

Tabel 3
Het plan voor Doorwerking

Opmerking. Zelfgemaakte tabel met het plan voor Doorwerking volgens Appreciative Inquiry.

Om een transfer te maken naar praktijken van anderen, stelden we een zorgbeleid op. Dit document bevat een zorgvisie en -beleid met duidelijke taakverdeling en maatregelen binnen de basis- en verhoogde zorg. De maatregelen binnen de verhoogde zorg kregen een plek in het leerlingvolgsysteem op Smartschool in de vorm van een afvinklijst, zichtbaar voor leerkrachten, leerlingen en ouders. Ook de beslisboom -die aan het begin van dit onderzoek nog in de startblokken stond- werd gefinaliseerd met een inspiratielijst die zowel online als op papier gedeeld werd met leerkrachten. De resultaten zijn in andere scholen bruikbaar, maar dienen dan als inspiratie voor hun eigen aanpak. 

Na een experimenteerperiode van een schooljaar zal ik met het verandermodel van Knoster (1991) evalueren of we zijn gekomen tot een geslaagd veranderproces. Ik zal in de bevraging ook peilen naar wat collega's als positief hebben ervaren, zodat we successen kunnen vieren. 

De onderzoeksvraag was hoe een gedragen zorgvisie kan bijdragen aan het welbevinden van leerkrachten en leerlingen. Om na te gaan of ik daarin geslaagd ben, deed ik een zelfevaluatie op basis van het waarderende PERMA-model (positive emotion, engagement, relation, meaning, accomplishment) van Seligman (2012), een model dat ik leerde kennen tijdens de workshop Waarderend Onderzoeken tijdens de startdag. Door deze reflectie kon ik vaststellen dat mijn onderzoek inzet op het welbevinden, de verbondenheid en het werkplezier op school en leerkrachten kunnen hun evaluatie van het zorgbeleid geven na een experimenteerperiode. 

Reflectie op specifieke kennisbasis: gedrag


Paradigma's

Mijn onderzoek vertrok vanuit de krachten en waarden van alle betrokkenen op school (directie, zorgteam, leerkrachten, leerlingen en ouders), wat aansluit bij het holistisch model (Van Zundert, 2022) en de positieve psychologie. Vanuit de sterkekantenbenadering probeerde ik vooral te focussen op wat al goed loopt op school omdat dit past bij mijn visie op onderwijs. Zo gebruikte ik de VIA-enquête om de sterktes van het zorgteam te achterhalen, liet ik leerkrachten succeservaringen benoemen, ontdekte ik via het Welbevindinges-spel waarom leerlingen graag naar school komen en achterhaalde ik tijdens oudergesprekken de krachten van de huidige zorgaanpak. 

Ik vertrok ook vanuit het cognitivisme, een stroming die stelt dat gedachten invloed hebben op gedrag. Ik denk dat de gedachten, gevoelens en gedragingen van leerkrachten invloed hebben op hun welzijn en dat zij dit op hun beurt doorgeven aan leerlingen. Zo veronderstelde ik dat de mindset van leerkrachten een rol speelt in hoe zij basiszorg opnemen. Uit mijn mindsetbevraging bleek echter dat slechts een kleine groep in mijn praktijk een vaste mindset heeft. Bovendien sluit het idee van collective teacher efficacy ook aan bij het cognitivisme: leerkrachten die geloven in hun gezamenlijke kunnen, maken hun onderwijs krachtiger. Daarom heb ik tijdens de personeelsvergaderingen ingezet op gezamenlijke expertise en verbinding.

Door de behavioristische bril heb ik met dit onderzoek niet gekeken, omdat deze stroming uitgaat van observeerbaar gedrag dat wordt bijgestuurd door straffen en belonen. Ik ga er met mijn onderzoek vanuit dat interne overtuigingen invloed hebben op het lerarengedrag en dat deze worden beïnvloed door het welbevinden van de leerkracht. 

Zoals je in Figuur 12 kan zien, zijn de gebruikte paradigma's met elkaar verweven. 

Figuur 12. Zelfgemaakt venn-diagram met analyse van paradigma's Doorwerking.


Meergelaagdheid

Mijn onderzoek richt zich binnen het zorgcontinuüm (zie Figuur 13) op basiszorg en verhoogde zorg.

Figuur 13. Zorgcontinuüm. Overgenomen uit Leerlingenbegeleiding volgens het zorgcontinuüm van Vlaanderen, z.d. (https://www.vlaanderen.be/onderwijs-en-vorming/ondersteuning-en-begeleiding-voor-leerlingen-cursisten-en-studenten/basis-en-secundair-onderwijs/zorgcontinuum). Copyright z.d., Vlaanderen.

In stap 1 hebben we samen met de collega's de preventieve acties binnen de basiszorg (fase 0) verfijnd. Deze acties werden opgenomen in het zorgbeleid zodat escalaties vermeden kunnen worden. Ook de beslisboom kwam in deze fase aan bod. Die maakt duidelijk welke lagen binnen het zorgcontinuüm bestaan en helpt collega's inschatten of er voldoende acties ondernomen zijn binnen de basiszorg voordat wordt overgeschakeld naar verhoogde zorg. Daarnaast bevat de beslisboom praktische tools voor leerkrachten om hun handelen sterker te maken binnen de basiszorg.

In stap 2 werd deze beslisboom aangevuld met een inspiratielijst die collega's zelf opstelden, wat aansluit bij waarderend onderzoek. Het doel is om leerkrachten te bekrachtigen, zodat het zorgteam wordt ontlast. Vanaf schooljaar 2025-2026 zal het zorgteam bij hulpvragen verwijzen naar de beslisboom om de transfer naar de praktijk te maken. 

Wat betreft verhoogde zorg (fase 2) werden in stap 4 de maatregelen verfijnd tijdens een focusgroepdiscussie met leerkrachten. De voorgestelde acties kwamen voort uit bestaande handelingsplannen, feedback van leerlingen en ouders uit eerdere stappen, wetenschappelijke literatuur en goede praktijkvoorbeelden. 

Reflectie op feedbackgeletterdheid

Doorheen het proces heb ik geleerd om feedback vanuit verschillende invalshoeken te waarderen. Ik ontdekte dat feedback waardevolle informatie biedt om mezelf te sturen. Soms was feedback confronterend, maar ik leerde mijn emoties reguleren en bleef openstaan zonder defensief te reageren. Ik besef dat feedback krijgen geen falen betekent, maar net een kans is om te groeien.

Zowel mijn werkplekcoach als mijn studentcoach merkten bij bewijsmateriaal 1 op dat de bronnenstudie weinig geïntregreerd was in het geheel en dat ik directer mag onderbouwen met anekdotes uit mijn praktijk en eigen mening. Het aanpassen van het onderzoek vroeg veel tijd, maar was wel noodzakelijk. De aparte pagina's met bronnenonderzoek heb ik in een vervolgstap geïntegreerd als onderbouwing van mijn keuzes.

Mijn studentcoach schreef in de matrix dat het niet duidelijk was hoe ik omga met diversiteit en weerstand. Ze raadde mij aan om literatuur te lezen over samenwerken en ouderbetrokkenheid. Door me hierin te verdiepen kreeg ik inzicht in hoe ik de partijen meekrijg in het veranderproces, waardoor ik een aanpak kon formuleren. Ook raadde ze me aan om mijn onderzoeksmethode uit realiseren beter te onderbouwen met literatuur. Als ik dit onderzoek opnieuw zou doen, zou ik deze stap eerder nemen om de collega's maatregelen voor te schotelen die zijn afgetoetst aan recente wetenschappelijke inzichten. Ten slotte stelde ze de kritische en terechte vraag waarom ik mijn vragen van de vragenlijst bij evalueren plots niet meer stelde vanuit het waarderende perspectief, waardoor ik de vragen herformuleerde.

De grootste aanpassing deed ik op de pagina 'mijn plan'. Hier maakte ik een behoefteanalyse in een tabel op aanraden van mijn studentcoach. Op deze manier kon ik alle perspectieven meenemen en kijken vanuit de triade. Dit hielp me om het integrale doel van mijn onderzoek te verduidelijken en de sterktes van mijn praktijk vast te stellen. Hoewel ik het nog moeilijk vind om alle perspectieven met elkaar te verbinden, ben ik er hierdoor wel in gegroeid.

Ik vroeg mijn critical friends hoe ik mijn collega's zou kunnen bevragen over hun mindset. Ik kreeg tips om te werken met stellingen die collega's anoniem kunnen beoordelen. Zo'n aanpak werd ook beschreven in het Handboek Waarderend Leren (Van Buurt et al., 2022) en leek me dus geschikt. Ook raadden mijn critical friends me aan om met ouders in gesprek te gaan om de respons te verhogen, wat werd bevestigd in literatuur over ouderbetrokkenheid. De belangrijkste input die ik van mijn critical friends ontving, waren de voorbeelden van zorgbeleid uit hun praktijken.

Mijn docent met expertise focuste vooral op het stukje welbevinden en vroeg zich af hoe ik de effecten van mijn onderzoek op het welbevinden van collega's  kan meten. Om hieraan tegemoet te komen breidde ik de evaluatie bij stap 5 uit met vragen gebaseerd op het PERMA-model (Seligman, 2012) om zo de successen te meten na de experimenteerperiode.

Ik vroeg informele feedback aan mijn studentcoach, waarbij ik te algemene feedbackvragen stelde. Ze vroeg mij om specifiekere vragen te stellen en hieraan een zelfevaluatie te koppelen. Ik stelde vervolgens meer gerichte feedbackvragen gebaseerd op de beoordelingscriteria uit het handboek van de master EN. Ik schreef daarnaast op Canvas zelfevaluaties waarbij ik onderbouwde hoe ik de leeruitkomsten bewijs en waar dit te vinden is op mijn website. Hierdoor kon ik de kwaliteit van mijn werk inschatten. 

Niet alle feedback kon ik meteen verwerken. Soms liep ik achter met schrijven, waardoor ik feedback pas ontving nadat ik al vervolgstappen had gezet. Hierdoor leerde ik kritisch omgaan met feedback en beoordelen of en hoe ik deze zou integreren.

Wat ik waardeerde, was dat de feedback niet alleen werkpunten, maar ook mijn sterktes benoemde. Die erkenning motiveert en wil ik ook meenemen in mijn eigen feedbackpraktijk als leerkracht. Zo gaven zowel mijn werkplekcoach als studentcoach aan dat een plan per leeruitkomst zorgt voor overzicht. Mijn werkplekcoach bevestigde daarnaast dat het product van mijn onderzoek zal zorgen voor efficiëntie in de praktijk. 

Conclusie

Ik ben trots op het concreet uitgewerkt zorgbeleid en -visie. Dit praktische document zal hopelijk bij vele collega's en ouders voor verduidelijking zorgen. De taakverdeling is afgebakend en ouders weten wat ze kunnen verwachten binnen elke laag van zorg. De maatregelen zijn zo opgesteld dat collega's ermee aan de slag willen, ze zijn afgestemd op de ontwikkelingsfase van de leerling zonder hen te stigmatiseren. Ook het afvinksysteem in het leerlingvolgsysteem zorgt voor overzicht en efficiëntie. 

Als ik teruglees bij Meesterschap, dan had ik enkele doelen die ik anders wou aanpakken bij Doorwerking. Wat volgens mij wél gelukt is bij dit onderzoek is alle partijen betrekken om gedragenheid te versterken en ouders bevragen vanuit de expertise over hun kind. 

In het vervolgtraject zullen leerkrachten nadenken over positieve gedragsverwachtingen van leerlingen, krijgen leerlingen en leerkrachten een stem in de evaluatie van het beleid, presenteren we het vernieuwde zorgbeleid aan collega's, leerlingen en ouders en gebruiken we de beslisboom actief. Daarnaast denk ik met directie, zorgteam en VOKAN na over coaching van collega's tijdens pedagogische studiedagen.

Ik ben overtuigd dat ik de leeruitkomst Doorwerking heb behaald, omdat ik als zorgbegeleider binnen mijn school heb bijgedragen aan innovatie met oog op onderwijsnoden van leerkrachten en leerlingen binnen basiszorg en verhoogde zorg. Het product van mijn onderzoek is een waardengedreven zorgvisie en -beleid met afgebakende taakverdeling en maatregelen binnen de lagen van het zorgcontinuüm. Het proces blijft in beweging en zal in de toekomst verder worden geëvalueerd en aangepast.

Portfolio's Master Educational Needs - Emelie Hens - studentnummer 5601290
Mogelijk gemaakt door Webnode Cookies
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin